maandag 27 juni 2011

Intermezzo – In memoriam. Ter nagedachtenis aan Emmo Grofsmid en Karmin Kartowikromo

Lieve Emmo en Karmin,

Ik weet het nog goed….. op een zaterdagmiddag stapte ik jullie galerie binnen op de Witte de With, aangetrokken door een foto van Beat Streuli, nu bijna tien jaar geleden. In die tijd zette ik mijn eerste stappen in de kunst. Ik had al wel een paar werken bij Galerie Delta en Cokkie Snoei gekocht, maar was eigenlijk verder nog zo groen als gras op kunstgebied.

Bij jullie was het direct raak. Ik kocht niet alleen het werk, maar stapte plots in jullie wereld, een wereld gedreven door passie voor hedendaagse kunst. Het was de start van een warme onderlinge verbondenheid in kunst en vriendschap tot op de dag van vandaag.

Jullie wakkerden mijn nieuwsgierigheid aan om over de grenzen van Nederland te kijken en brachten me in contact met de internationale kunstwereld. Als nestors van de kunst en omdat in jullie hart verzamelaarbloed stroomde. Ongemerkt zijn jullie mentors voor mij geweest die mijn horizon steeds weer verder legden dan ik dacht dat hij al lag.

Verkopen was bij jullie geen doel op zich. Natuurlijk, er moest brood op de plank, maar de werken die ik en anderen bij jullie kochten voelden als een logisch gevolg van de passie en honger die jullie tentoonspreidden om de kunst en jullie kunstenaars verder te brengen. 

Ik herinner me nog dat jullie eens een groot werk bij mij thuis afleverden. Emmo belde me: “We vertrekken nu, over vijf minuten rijden we bij je voor……” In het half uur erna gebeurde er niets. Geen auto, geen werk. Plots de bel. Bezweet en buiten adem stonden Emmo en Karmin voor de deur. Wat bleek. Het werk was te groot voor de auto. “Er stond niet veel wind, dus we hebben het lopend meegenomen”. Met de wijn op tafel spoelden ze de vermoeienissen weg en werd het een memorabele avond, zoals wel vaker.

Geven en nemen heet het in het leven. Geven zat in jullie genen. Was een vanzelfsprekendheid. Dit spreekt ook uit alle reacties op jullie noodlottige heengaan die op internet te lezen zijn. Ik ga het hier niet allemaal herhalen, maar het spreekt boekdelen. En niet alleen voor de kunst. Op eenzelfde manier waren jullie zeer begaan met het lot van de medemens. Geven was jullie tweede natuur.

Nemen? Nee, dat kwam bij jullie niet voor. Ja, het leven nemen zoals het is, in al z’n puurheid, ook als het eens wat minder ging. Teleurstelling of verdriet lieten jullie direct weer hand in hand gaan met geven.

Emmo, voor mij ben jij het oertype galeriehouder. Visueel en inhoudelijk gedreven. Vol vuur en passie kon je over kunst praten waar je voor ging gekoppeld aan een breed interessepatroon. Voor mij was je immer een fijn klankbord. Je snapte de stappen die ik zette. Mooie gesprekken die me verder brachten.
Karmin, altijd ideeen. Niet alle gedachtenspinsels sneden hout, maar er is ontzettend veel goeds uit voort gekomen. Je continue drive om het Rotterdamse kunstklimaat te verbeteren. De initiatieven waar we elkaar in vonden. Je steun met raad en daad van startende galeriehouders, tijdschriften die je opzette. Je volgde je gevoel. En ja, eten was bij jou een vanzelfsprekendheid. Was het niet aan de lange tafel op de Witte de With, dan wel in Berlijn met een spontaan diner op jullie appartement. Alsof het allemaal geen moeite kostte, misschien begaf je je wat minder op de voorgrond, je was er, altijd.

Samen waren jullie één. Een unieke blend van passie, gastvrijheid, ondernemerschap en goedheid. Jullie opereerden vanuit kracht, jullie eigen kracht. Misschien konden jullie daarom wel zo goed geven en met anderen delen. Jullie wisten waar jullie voor stonden en koppelden dat aan een enorme gedrevenheid.
Last but not least, jullie oprechtheid. Zo vriendelijk, meelevend en goed als jullie waren, jullie zeiden wel waar het op stond. Altijd oprecht, open en eerlijk en met een natuurlijke warmte gebracht.

Emmo en Karmin, fijne mensen, ontzettend fijne mensen, dat waren jullie, in alles.
Niet alleen de kunstwereld, wij lijden allemaal een groot verlies. Wat ik misschien nog het meest zal gaan missen zijn de gesprekken in de galerie bij een spontaan bezoek. Bij binnenkomst Emmo gebogen achter de computer of Karmin de krant lezend, plakbandje om de brilmontuur, Dynabite-shirt aan. Een gewone zonnige zondagmiddag. Het mag plots niet meer zo zijn.

Ik koester mijn warme herinneringen aan jullie. Die blijven. Jullie zijn bij me, en ik denk dat ik dan niet alleen voor mezelf spreek.

Dank….. Emmo en Karmin….. Dank……. Dank……… Dank.

vrijdag 17 juni 2011

Paard van Troje

Met design was ik al bezig. Ik zat liever wat langer op tuinstoelen en ging dan ineens voor iets goeds. Object voor object, langzaamaan vulde mijn appartement zich. Kunst kwam voor mij niet veel later als een duveltje uit een doosje. Vrij spontaan kocht ik van een dertiende maand een foto van Jean Marc Spaans bij Galerie Delta op de Oude Binnenweg, nu elf jaar geleden. “Eens en niet weer”, dacht ik toen, geschrokken van mijn gat in de hand. But there things started. Een paard van Troje was binnengereden. Vrijwel iedere zaterdag streek ik neer bij Hans Sonnenberg op mijn loopje naar Donner. Hij liet me kennismaken met een wereld die ik niet kende. Een wereld die zich kennelijk synchroon heeft afgespeeld aan mijn fysieke aanwezigheid in Rotterdam en nog veel eerder, toen ik veilig op school zat of geeneens geboren was...

vrijdag 10 juni 2011

Rotterdam moves me

Bijna al mijn studiegenoten verlieten na het afstuderen Rotterdam. Ik niet. Geen reden.  Praktische anonieme nieuwbouw heeft me nooit getrokken, forenzendorpen evenmin. ’s Ochtends in de file met stropdas om de wijk uit tuffen... Ik moest er niet aan denken. Ik vond employ in de accountancy en niet veel later in de Rotterdamse haven, het ontwikkelen van logistiek vastgoed. Ik streek neer in een appartement in het Scheepvaartkwartier, een wijk in transitie. Een tijd ook dat Rotterdam meer en meer z’n gezicht aan het water begon te tonen. De Kop van Zuid met de zwaan als letterlijk swingend boegbeeld van een nieuw elan en kloppend hart. Rotterdam moved me, misschien ook wel door mijn nieuwe levensfase van net afgestudeerde en plots met salaris.

woensdag 8 juni 2011

Rotterdam: van ruiken tot proeven!















In 1987 zette ik mijn eerste voetstappen op Rotterdamse bodem. Geboren in Delft, getogen in dorpjes nabij Utrecht was het tijd voor een trek naar de grote stad. Opererend vanuit de periferie, trok ik mijn sporen de eerste maanden niet verder dan op de Erasmus Universiteit, RSV Laurentius en weer terug naar de Prins Alexanderpolder. Vice versa van grijs woonoord naar besloten studentenwereld met af en toe voorzichtige verkenningen in een voor mij gesloten stad. Ik was nog zo groen als gras, net zoals het Weena toen was….

Na een korte tussenstop op de Goudsesingel streek ik neer op de kruising Nieuwe Binnenweg - ’s Gravendijkwal. Kamer met Frans balkon boven Snackloket Japie. Goeie patat en ’s nachts om twee uur als eerste in de stad het AD. Altijd druk. Auto’s raasden half ondertunneld voorbij met uitlaatgassen neerslaand op het monumentale beton. Rotterdam-West ontgroende mij: rauwe straten met grandeur van weleer, schotels, hoertjes en junks. Andere levenswijzen. Trespa domineerde stadsrenovatie. Uit kelders rezen muffe dampen op, vooral na een forse regenbui op een broeierige dag. Full Moon en Sensi Smile, werelden op zich met dito publiek.

Het ware stadse leven in Rotterdam ontpopte zich verder toen ik naast mijn studie Bedrijfseconomie als bijverdienste administraties ging voeren voor middenstanders. Een kijkje achter de schermen van real life: een expanderende groenteboer met steeds meer filialen, van Crooswijk tot Noord, een ondergrondse bloemenhandelaar die kapot dreigde te gaan aan de verbouwing van metrostation Beurs, een cafebaas uit Spijkenisse en een nicht die goud geld verdiende met de toen ontluikende 06-lijnen. Het accountantskantoor, waar ik twee dagen in de week werkte, was gevestigd aan de Mathenesserlaan, een destijds donkere straat met veel kantoren en weinig leven.

Mijn culturele interesses beperkten zich tot cd’s kopen bij IT-records (helaas sinds vorig jaar gesloten!), literatuur bij Donner, af en toe een concert in Ahoy, Nighttown of Kuip, een enkele keer een film. Naar musea ging ik niet, met kunstenaars kwam ik niet in aanraking.